Geschiedenis - Montagne Verte - Een prachtig vakantiehuis in de Languedoc

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

De regio

De Languedoc is een gebied vol van geschiedenis. Zoveel dat het binnen het bestek van deze website werkelijk niet mogelijk is er diep op in te gaan. Wel willen u wel graag een ingang bieden naar wat er te zien is in de Languedoc als geheel en - voor wie dat gebied vanuit Escales te groot is - de Aude in het bijzonder.

Zijn in de Languedoc is zijn in de geschiedenis. Of dat nu gaat over dinosauriers, het neolithicum, Romeinen of de Katharen.

Het huidige Frankrijk is al zeer lang bewoond. De eerste bewoner van de Languedoc-Roussillon was de homo erectus, die hier ca. 450.000 jaar v.Chr. rondliep. In Tautavel zijn in de grot Caune de l’Arago beenderen en werktuigen van deze eerste bewoners gevonden. Ca. 150.000 v.Chr. leefden hier de Neanderthalers en daarna de moderne mens, de homo sapiens. Ongeveer 7500 jaar geleden kwamen vanuit het Midden-Oosten de eerste landbouwers en veetelers naar het westelijke deel van het Middellandse Zeegebied.

Duizend jaar later waren de rivierdalen en de kustvlakten al behoorlijk bewoond en tweeduizend jaar later maakte de mensen in deze streken al gebruik van paarden, ploegen en wagens met wielen. De bevolking groeide gestaag en trok richting Noord-Frankrijk.

Rond 1500 v.Chr. trokken de Oost-Europese Kelten, in Frankrijk Galliërs genoemd, naar West-Europa en bereikten in de ca. 5e eeuw v.Chr. het huidige Frankrijk.
In de 6e eeuw v.Chr. koloniseerden Grieken uit Klein-Azië gedeeltes van de huidige Languedoc-Roussillon en stichtten onder andere de Agathè (nu: Agde). De invloed van de Grieken duurde tot de 2e eeuw n.Chr.

Tijdens het bewind van de Romeinen, vanaf 118 v.Chr., versmolt de Keltische (Gallische) cultuur met de Romeinse en vormde zo de Gallo-Romeinse cultuur. In die tijd was al een deel van het huidige Frankrijk, de Provincia Narbonensis (hoofdstad Narbonne waar de Via Domitia (kaartje) te zien is), Romeins grondgebied. Deze Romeinse provincie omvatte destijds het huidige Languedoc-Roussillon en was de eerste ‘officiële’ Romeinse kolonie in Gallië. De rest van Gallië werd tussen 58 en 51 v.Chr. door Julius Caesar veroverd.
De Romeinse tijd was er een van grote welvaart en vrede, bovendien werd de christelijke godsdienst door de Romeinen verspreid. De grote welvaart was onder andere te danken aan het uitgekiende wegensysteem, met de Via Aquitania (Atlantische Oceaan – Middellandse Zee) en de Via Domitia (Rome – Spanje). Arena’s, tempels, triomfbogen en aquaducten getuigen verder van de enorme invloed van de Romeinen in deze streek.

Na de ondergang van het Romeinse Rijk werd Gallië overspoeld door stammen als de Alamannen, Vandalen en Visigoten. Het laatste volk maakte van de Provincia Narbonensis het hertogdom Septimanië en Germaanse Franken stichtten in Noord-Frankrijk een koninkrijk. In 496 bekeerde de Frankische koning Clovis zich tot het christendom. De ‘gewone’ Franken namen de Romaanse taal van de oorspronkelijke bevolking over en hieruit ontwikkelde zich de huidige Franse taal. Onder de Frankische koning Karel de Grote (742-814) breidde het Frankische Rijk zich enorm uit en
omvatte op haar hoogtepunt geheel West-Europa. De graven van Toulouse stelden zich in die tijd onafhankelijk op van de Franse koning, en dit leidde tot de bloeiperiode in de 11-12e eeuw van de Occitaanse cultuur. De Occitaanse cultuur kwam ten einde door de Albigenzenkruistocht tegen de Katharen. Een initiatief van - in eerste instantie paus Innocentius III - dat uiteindelijk leidde tot grote wreedheden begaan door de kerk en uiteindelijk tot de overname van de Languedoc door Noord-Frankrijk. De Aude bevat een aantal spectaculaire katharenkastelen (b.v. Queribus en Peyrepertuse).

In 1172 annexeerde de Koning van het Spaanse Aragon de Roussillon en er ontstond een machtige en welvarende staat. In de 13e eeuw werden de Balearen, waaronder Mallorca, door Aragon veroverd. Na de dood van de Aragonese koning werd het hele gebied in 1276 in tweeën opgesplitst en vormden de Balearen, de Roussillon en de heerlijkheid Montpellier het koninkrijk Mallorca met als hoofdstad Perpignan. In 1344 moest Mallorca de Balearen afstaan en in 1349 werd Montpellier verkocht aan Philippe de Valois en kwam er een einde aan het koninkrijk Mallorca.
In 1469 trouwde Ferdinand van Aragon met Isabella van Castilië waardoor bijna geheel Spanje in handen kwam van één dynastie. In 1659 sloten Frankrijk, onder Lodewijk XIV, en Spanje het Verdrag van de Pyreneeën, waarbij de grens tussen beide landen bovenop het gebergte kwam te liggen. Dit hield tevens in dat de Roussillon voorgoed Frans grondgebied zou worden.

De Languedoc werd al snel door het protestantisme beïnvloed, maar door de Franse overheid te vuur en te zwaard bestreden. Vanaf 1559 was er dan ook sprake van een heuse godsdienstoorlog, maar toch begon het
protestantisme vanaf 1562 aan een opmars. Aan de onrust als gevolg van de godsdiensttwisten kwam pas een eind met het door Hendrik IV afgekondigde Edict van Nantes. Dit verdrag zorgde ervoor dat de protestantse kerken religieuze vrijheid kregen in een aantal, met name in het zuiden en westen, aangewezen steden. In 1685 werd het Edict echter weer herroepen door Lodewijk XIV. Hij wilde alle protestanten weer katholiek maken en dat gebeurde vaak met harde hand. Zo werden protestantse kerken afgebroken en werden protestantse ouders gedwongen hun kinderen katholiek te laten dopen. Mannen die hagenpreken bijwoonden riskeerden galeislaaf te worden en vrouwen werden voor hetzelfde feit levenslang opgesloten. Hierop vluchtten honderdduizenden protestanten naar het buitenland, niet alleen naar landen als Holland en Zwitserland, maar ook naar Zuid-Afrika en de Verenigde Staten.
In 1787 kwam er aan deze onderdrukking een einde toen Lodewijk XVI het Édit de Tolérance ondertekende. Na de Franse Revolutie kwam er uiteindelijk vrijheid van godsdienst en scheiding van staat en kerk.

In de 18e eeuw, de tijd van de Verlichting, begon bij het gewone volk het idee te ontstaan dat de macht niet door God gegeven was, maar bij henzelf berustte. Dit leidde in 1789 uiteindelijk tot de Franse Revolutie. De zwakke koning Lodewijk XVI riep de Staten-Generaal sinds 1614 weer eens bij elkaar om een nieuw belastingsysteem er door te drukken en een groot aantal privileges van het volk af te laten schaffen. Een aantal leden van de Staten Generaal, de derde stand, wilde alleen daar maar mee stemmen als er een nieuwe grondwet zou komen. Lodewijk stuurde daarop troepen naar de hoofdstad Parijs en als reactie daarop bestormde het volk de gevangenis La Bastille, dat symbool stond voor jarenlange onderdrukking. Hierna vormde de derde stand een parlement, de Nationale Vergadering, die alle privileges afschafte en stelde de verklaring van de rechten van de mens op, waarin alle mensen gelijk zijn en in vrijheid dienen te leven. Verder werd er een
nieuwe grondwet opgesteld die meteen een einde maakte aan de macht van de katholieke Kerk. De koning probeerde nog te vluchten en hulp te halen, maar werd al snel weer gevangen genomen en moest gedwongen de nieuwe grondwet ondertekenen. In 1792 begon de contrarevolutie met aanvallen van Pruisen en Oostenrijk, maar dit bracht het koninklijke paar niet veel goeds. In 1793 werden Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie-Antoinette van hoogverraad beschuldigd en onthoofd. Frankrijk was ondertussen uitgeroepen tot een republiek.
Niet alle Fransen waren blij met het nieuwe gezag en daarom stelde de zogeheten Jacobijnen in 1793 de revolutionaire dictatuur in. Onder leiding van Robespierre werd er een comité aangesteld dat verregaande bevoegdheden kreeg om tegen opstandelingen op te treden. Hier werd gretig gebruikt van gemaakt en tienduizenden tegenstanders werden ter door gebracht in een periode die niet voor niets de Terreur werd genoemd.
Ne de Terreur-periode (1793-1794) begon het zogenaamde Directoire, waarin verschillende staatsgrepen gepleegd werden. De laatste was van een zekere Napoleon Bonaparte, die in 1804 een einde maakte aan de republiek en zichzelf uitriep tot keizer van een gigantisch rijk. Hij slaagde erin om grote delen van Europa te veroveren. Alleen Engeland kreeg hij niet te pakken en de Russische veldtocht liep op een drama uit. In 1815 werd Napoleon bij Waterloo verslagen door de Engelsen, de Oostenrijkers en de Pruisen.

Na de nederlaag van Napoleon kwamen de Bourbons van 1815 tot 1848 weer op de troon. Van 1848 tot 1852 was Frankrijk weer een republiek, maar in 1852 pleegde de zoon van Lodewijk Napoleon, Napoleon III, een staatsgreep en riep zichzelf uit tot keizer van Frankrijk (Tweede Keizerrijk). Het Tweede Keizerrijk eindigde bij het begin van de Frans-Pruisische oorlog in 1870, die door de Fransen verloren werd.

In 1872 werd er in Frankrijk voor het eerst druifluis aangetroffen, wat zorgde voor een enorme crisis in de wijnbouw. Daar kwam nog bij dat begin 20e eeuw de prijzen van de wijn zeer sterk daalden. In 1907 leidde dit tot een opstand van wijnboeren en een massademonstratie in Montpellier. Het leek in eerste instantie op een gewelddadig treffen tussen politie en demonstranten uit te lopen, maar uiteindelijk werd het conflict via onderhandelingen opgelost.

Hiermee begint de moderne geschiedenis van de Languedoc.
(bron: Landenweb)


 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu